Mark Klein Breteler - Dijkexpert

Van hoge dijken naar innovatieve dijken

Tot 1953 waren civiel-technici vooral gericht op hoge waterstanden. Ze dachten het land te verdedigen tegen de zee door de dijken steeds met wat klei op te hogen. ‘Het talud werd daardoor steeds steiler. Op het laatst bouwden ze in Zeeland zelfs nog muurtjes bovenop de dijken om golven te breken’, zegt Mark Klein Breteler.

Na de ramp kwam een ommekeer in denken, analyseert de zeedijkspecialist van Deltares. Nederland startte de dijkverbetering en de Deltawerken allereerst met klei van betere kwaliteit. ‘We gingen ook flauwere taluds maken aan de landzijde van de dijk. Samen met de dijkverhoging was dat een drieslag in de dijkversterking.’


Ondertussen was nog andere verandering doorgevoerd: het dijklichaam werd voortaan van zand gemaakt. ‘Daaroverheen lag een schil van klei, die werd bekleed met betonblokken. Dat was gebaseerd op ervaring zonder berekeningen.’ Uit testen in de Deltagoot van het Waterloopkundig Laboratorium in Marknesse, Noordoostpolder, bleek echter dat het klei- en betonschild onvoldoende was. ‘We toonden aan dat een kaliber Zeeland-storm de betonblokken eraf zou slaan.’

‘We probeerden niet langer de golf tegen te houden, maar stonden de overslag van zeewater over de dijk in beperkte mate toe.’

Mark Klein Breteler - Dijkexpert

Vanaf 1996 volgde daarom een renovatie van de zeedijken. De onderzoekers kwamen intussen tot innovatieve betonblokken. ‘In plaats van vlak vierkant ‘tegelwerk’ zijn er met dezelfde massa beton veel stevigere type blokken ontworpen als Basalton, Hydroblocks en Quattroblocks. Dit soort blokken greep handig in elkaar. Er zitten gaten in de steenzetting waardoor overdruk kan wegvloeien en we nog maar half zoveel beton nodig hebben.’


En er vond nóg een belangrijke ontwikkeling plaats. ‘We probeerden niet langer de golf tegen te houden, maar stonden de overslag van zeewater over de dijk in beperkte mate toe.’ De onderzoekers ontdekten daarbij dat op het talud en kruin aangebracht gras met zijn stevig netwerk van wortels veel golfkracht verdraagt. Dat bleek zowel uit proeven in de Deltagoot als bij levensechte dijkbezwijkproeven in de praktijk.

Onderzoek in de Deltagoot naar de Brede Groene Dijk

Dat leidde tot gebruik van meer natuurlijk materiaal bij dijkherstel en dijkaanleg. ‘De filosofie werd dat een dijk na een storm gerust gehavend mocht zijn maar dat hij wel zijn werk had gedaan.’ De dijk mocht als een boxer groggy in de touwen hangen, civiel-technici lappen hem dan wel weer snel op voor een volgende ronde. Bijkomend voordeel van een meer ‘groene’ dijk is dat er functies als landbouw (schapen) en recreatie (wandelen, fietsen, vogelen) op kunnen plaatsvinden.


Daar komt bij dat Nederlandse dijkaanleg en dijkrenovatie steeds meer plaatsvindt met materiaal uit de omgeving. In plaats van met honderden vrachtwagens eerste klas klei uit rivierenland of België te halen, zoekt men klei uit de omgeving. ‘Te beginnen met de buitendijkse kwelders. Daar wordt veel slib ingevangen en ontstaat natuur dat de golven breekt.’ Op een gegeven moment komen de kwelders zo veel omhoog dat ze gaan verlanden, wat de natuur niet ten goede komt. ‘Je kan de kwelders deels afgraven en het materiaal gebruiken voor dijkversterking.’ Zoiets gebeurt nu bij wijze van proef bij Delfzijl, waar een Brede Groene Dijk wordt gemaakt met gerijpt slib uit de Eems-Dollard. Ook bij Koehool in Friesland wil men gaan experimenteren met begroeide kwelders.

All Sendai priority’s

Is de klimaatverandering de nieuwe Zeelandramp?

‘Nee, ik denk het niet’, zegt Mark Klein Breteler. ‘Door onze dijken aan te passen kunnen we een stijging van 2 meter aan. We zijn als Nederland op het gebied van waterveiligheid heel innovatief en kunnen veel aan. We hebben veel ervaring en veel kennis in huis. Ik heb veel vertrouwen dat we nieuwe manieren vinden om om te gaan met extreem weer en zeespiegelstijging.’