Benedenrivieren

Nederland is een echt rivierenland. Voordat ons land in sneltreinvaart verstedelijkte, kribben werden aangelegd en de rivieren werden genormaliseerd, was Nederland één grote delta. Rivieren verlegden constant hun koers en zetten sedimenten af op hun stroomroute. Niet zozeer het water, maar de door de rivier gevormde bodem en aangrenzende oevers bepaalden hoe ons landschap eruit zag.

In het Benedenrivierengebied, daar waar de takken van de Rijn en de Maas invloed ondervinden van het getij en de stormen op de Noordzee, zorgden menselijke ingrepen als normalisatie, zandwinning, irrigatie en indijking voor een verstoring van het natuurlijke systeem. Het evenwicht tussen erosie en sedimentatie is daardoor uit balans gebracht. De natuur, grondwaterstanden, biodiversiteit, scheepvaart en waterkwaliteit worden hierdoor aangetast.


Klimaatverandering versnelt deze effecten mogelijk. Het benedenstroomgebied vergt vanwege de complexe waterstromen, heterogeniteit van de rivierbedding, de grote infrastructurele werken (o.a. de deltawerken) en het sociaal/economisch belang van wonen en werken, speciale aandacht vanuit de overheid. Rijkswaterstaat staat hiervoor als eerste aan de lat. Kennis over de water-sedimentketen in combinatie met gegevens over de invloed van menselijke ingrepen vormen de basis van het onderzoek dat Deltares in dit gebied doet. Dat onderzoek resulteert in inzicht en advies over onder andere de zoutindringing, het aanslibben van havens en vaargeulen en het ontstaan van erosiekuilen.

1000+ km

aan lengte van rivieren

132

dagen <1100 m3/s 

 3 

op de Nederrijn & Lek

Gegevens 2018

Stuwen in het Benedenrivierengebied:

Rijnafvoer:

Zoutindringing is een gevaar voor de landbouw, natuur en zoetwatervoorziening 

Een groot gedeelte van Nederland is voor drinkwatervoorziening, landbouw, peilbeheer en doorspoeling afhankelijk van zoetwater uit de rivieren. Tijdens de droogteperiode in 2018 was de aanvoer van zoetwater door de rivieren erg laag. Tegelijkertijd kan de stijgende zeespiegel ervoor gaan zorgen dat er meer zout de delta’s indringt. Een droogteperiode heeft door lage rivierwaterstand ook nu al verstrekkende gevolgen voor grondwaterstanden en daarmee voor de landbouw, natuur en zoetwatervoorziening. Deltares onderzoekt in opdracht van Rijkswaterstaat hoe zoutindringing precies werkt en wat de invloed is van ingrepen en maatregelen.


Het resultaat van dat onderzoek door Deltares is onder andere een verbeterd modelinstrumentarium en een serious game voor STOWA en Rijkswaterstaat. Met dit spel oefent de overheid samen met de lokale beheerders hoe om te gaan met periodes van droogte. Vlak voor de zomer van 2018 is het spel ingezet; die resultaten en ervaringen bleken waardevol tijdens de extreme droogteperiode dat jaar.

Baggeren voor veilige vaarwegen 

Zoutindringing heeft ook effect op de sedimentatie van slib en zand. De watercirculatie (zoetwater bovenlaag, zoutwater onderlaag) zorgt ervoor dat slib vanuit zee de rivieren binnenstroomt. Deze slibimport vanuit zee is van invloed op de aanslibbing van bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg en de Rotterdamse havenbekkens. Momenteel wordt er jaarlijks 16 miljoen m3 aan slib gebaggerd in de haven, dat vervolgens wordt gedumpt in loswallen in de Noordzee en dat op den duur vanzelf weer terugkomt richting de kust.

Inzicht in het complexe karakter van slibtransport binnen het Rijnstroomgebied vraagt om een duurzamer en effectiever baggerbeheer. Samen met Rijkswaterstaat en het havenbedrijf Rotterdam kwantificeert Deltares het sedimentgedrag in een numeriek rekenmodel. Dit model berekent waar het slib naar toe gaat en waar het als sediment neerslaat. Het geeft ook inzicht in bepaalde ingrepen die in het gebied worden genomen.

bron RWS

Erosiekuilen ondermijn­en de stabiliteit van oevers en keringen  

Een voorbeeld van hoe ingrepen in het watersysteem verkeerd kunnen uitpakken is de vorming van erosiekuilen. De rivierbodem bestaat door historische afzettingen uit verschillende lagen klei, zand en een mix van andere sedimenten. De toplaag bestaat uit klei en veen, materialen die moeilijk afslijten. Onder die klei bevindt zich erosiegevoelig zand. In de loop der jaren zijn er diverse menselijke ingrepen geweest zoals de afsluiting van het Haringvliet. Hierdoor zijn de stroomsnelheden in het Rijnmaasmond-gebied veranderd.


Het veranderde stromingspatroon heeft de erosiebestendige kleilaag op sommige punten doorgebroken. De onderliggende zandlaag verweert sneller waardoor er erosiekuilen ontstaan. Ook baggerwerkzaamheden en lokale infrastructurele werken kunnen de vorming van erosiekuilen bevorderen. In principe kunnen deze erosiekuilen geen kwaad, tenzij ze zich vormen bij oevers, dijken en brugpijlers, die vervolgens kunnen inzakken. Om de stabiliteit van waterkeringen en bruggen te waarborgen zijn ingrepen nodig. Deltares doet onderzoek naar de vorming en het gedrag van erosiekuilen om Rijkswaterstaat te kunnen adviseren over waar er welke ingrepen nodig zijn.

Schone bagger beter benut

TKI-project Proeftuin Sediment Rijnmond

Veel bruikbaar sediment van goede kwaliteit verdwijnt door baggerwerkzaamheden in de Rijn-Maasmonding naar zee of in depots. Alleen al in het havengebied Rotterdam en de toegangsgeulen is dit zo’n 15-20 miljoen m3 per jaar. Daarnaast komt er veel sediment vrij tijdens infrastructurele projecten zoals bij de aanleg van de Blankenburgtunnel onder de Nieuwe Waterweg. Een groot deel van het schone sediment wordt gedeponeerd op loswallen op zee of in depots in het gebied. Dat transporteren en herbestemmen van baggerspecie leidt tot hoge milieu- en natuurbelasting, een relatief hoog aandeel CO2-uitstoot en hoge kosten voor het baggeronderhoud.


Tegelijkertijd is elders in de Rijn-Maasmonding juist behoefte aan sediment voor de bestrijding van erosiekuilen in de rivierbedding, natuurontwikkeling en waterveiligheid. Op de lange termijn is ook sediment nodig om er voor te zorgen dat de Rijn-Maasmonding klimaatbestendig wordt en mee kan groeien met een stijgende zeespiegel.


Om een belangrijke stap te zetten naar een duurzamer aanpak en het gebaggerd sediment zo lang mogelijk in het rivier-kustsysteem van de Rijn-Maasmonding te houden, heeft een aantal belangrijke spelers op dit gebied de krachten gebundeld.

In het initiatief Proeftuin Sediment Rijnmond werken Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving, het Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, het Waterschap Hollandse Delta, Wageningen Marine Research, het baggerbedrijf de Vries & van de Wiel en Deltares samen. Het TKI-project heeft een looptijd van vier jaar (2021-2025). De Proeftuin Sediment Rijnmond moet kennis opleveren over het complexe samenspel en nieuwe technieken voor duurzaam sedimentbeheer. Dit wil zeggen met zoveel mogelijk meerwaarde voor natuur, rivierbeheer, waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit zodat de delta op de lange termijn in staat is om mee te bewegen met een stijgende zeespiegel. De nieuwe technieken worden getest en gemonitord door ze in pilotgebieden te koppelen aan reeds geplande onderhouds- en ontwikkelprojecten. Deze pilotgebieden dienen ook als demonstratielocatie voor nieuwe businesscases voor duurzaam sedimentbeheer in de Rijn-Maasmonding en als test- en monitoringslocatie voor innovatieve oplossingen voor sedimentbeheer.

Foto: Kees Sloff, Deltares

Contact